Hashtags voor deze post, hashtags voor deze plant:

Instagram hashtags

Facebook hastags

monnikskap - aconitum napellus - bloeivorm

Monnikskap, blauwe, Aconitum napellus

Wie de monnikskap weleens in het wild is tegengekomen, bijvoorbeeld op een berg ergens in Midden-Europa, is waarschijnlijk zwaar onder de indruk geweest van de schoonheid van deze plant. Zowel de gele als de blauwe variant van Aconitum is minstens decoratief te noemen. Toch zul je deze knapperd niet vaak in tuinen aantreffen. Tenminste… niet als de eigenaar zich heeft verdiept in de eigenschappen van deze plant. De meesten zullen het niet durven.

Toch mag de monnikskap niet ontbreken in een website over, onder andere, magische planten. Berucht als zij is om haar sterke giftigheid, het is natuurlijk een bekend ingrediënt van de fameuze heksenzalf. Vanzelfsprekend – maar ik wil het toch even genoemd hebben – is dit geen plant voor leken om mee te gaan experimenteren. Het zou zomaar je laatste experiment kunnen zijn. Als onderdeel van heksenzalf verklaart de aanwezigheid van monnikskap waarschijnlijk de sensatie in een dier te veranderen die gebruikers vaak rapporteren.

Deze plant werd vroeger wel als geneeskruid gebruikt, maar de informatie hierover, noch de dosering van de plant, is niet eenvoudig genoeg om het gebruik hier te beschrijven. Daarvoor waardeer ik mijn bezoekers te veel 😉

Botanische beschrijving Monnikskap, Aconitum napellus L.

De blauwe monnikskap heeft grote paarsblauwe bloemen die qua vorm doen denken aan de kappen van een monnikspij. Vandaar ook de naam. Het bovenlip is helmvormig. De bloemen zijn 2-3 centimeter groot en groeien in dichte trossen. De bladeren zijn waaierend en uitstaand, donkergroen van kleur, ingesneden, diep handvorming tot 5-7 getande lobben, die op hun beurt ook weer diep ingesneden zijn. Stengelbladen verspreid, stengel stijf rechtop. Kokervrucht. Wortel heeft een hoofdknol met 1 of 2 dunnere zijknolletjes, waarbij de hoofdknol de vorm heeft van een knolraap.

Bijzonderheden

Zeldzame en beschermde plant.
Ovidius noemde al een plant die akoniton heette. Deze plant werd door Medea gebruikt en was ontstaan uit het speeksel van de driekoppige hellehond Cerberus. Dit is echter niet de blauwe monnikskap, want die groeit niet in Griekenland.
De meeste Germaanse namen voor de monnikskap hebben vooral een relatie tot Thor/Donar en Tyr. Dit heeft te maken met de mythe waarin Tyr en Thor optreden tegen de wolf Fenrir en de slang Jormungand. Dit optreden loopt slecht af voor Thor. Zijn zoon Widar doodt vervolgens Fenrir, waarbij zoveel kracht vrijkomt dat vanaf dat moment de Thorhoed, een volksnaam voor monnikskap, dood en verderf zaait onder wolven. Vandaar ook dat monnikskap ook wel wolfskruid genoemd wordt: het werd vaak gebruikt om wolven te doden.

Het is niet toegestaan inhoud te kopiëren

Word gratis lid

en zie alle verborgen content